’t Boekhouts Veuleke

‘s Nachts zal men moeilijk iemand over het Boekhout doen lopen en in de duisternis schrikken mensen elkaar af met dit drieste en ontembare jonge geweld :’t Boekhouts Veulen.

Kinderen worden van de zandkuilen gehouden door hun de gevreesde ontmoeting met dit spookerige gedrocht voor te stellen.

Wat is er eigenlijk van dit veulen ?
De zanderige ondergrond was mede oorzaak van onvruchtbare grond :de omgeving was dus rijkelijk en dicht begroeid met kreupelhout, hier en daar enige open plekken met heide, diep-uitgespoelde grachten, uitgekalfde bermen, bomen die schuin en schots over de weg hingen, een bijna ontoegankelijke kasseiweg wegens uitgezakte en weggespoelde straatstenen.

 

’t Had meer van het einde van de bewoonde wereld. Op deze hoogvlakte van 92 meter boven zee was er aanhoudend beweging in bos en struik wegens de wind. In Kiezegem noemden ze dat “een trekgat”-een plaats waar altijd windtocht was.
Al dat gezwiep van takken en bomen bracht meteen de fantasiën op hol.
Vandaar ook dat de legende erg aansloeg.
In het bos op het Boekhout zou voor jaren een eenzame vrek hebben geleefd.

Op zekere dag heeft men hem teruggevonden opgehangen aan een boom in duistere omstandigheden.
Een onopgelost raadsel kwestie van hoe het is kunnen gebeuren -het leek meer een sensatievolle moord.
Men heeft hem daar terplekke begraven maar niemand weet nog waar precies:
was het nu ja dan nee grondgebied Meensel, Binkom, Attenrode of Kiezegem.
Feit is dat de ziel van de vrek is teruggekomen onder vorm van een briesend veulen dat nog alle nachten ronddraaft op zoek naar de plaats waar eens de vrek heeft gewoond.
Tooghangers die ietwat aangeschoten én laat huistoe trokken vanuit de naburige gemeenten hadden de meeste kansen om “iets” te zien of te horen.
Er wordt verteld dat het veulen op de achterste poten al briesend de mensen achterna liep.
Af en toe werd er iemand verplicht de voorpoten op de schouders te dulden.
(Heeft dit niet te maken met verhalen over de weerwolven)
Blijkbaar kwam het er op aan late voorbijgangers bang te maken.

(Bron: Guy Hendrickx)

Onderwijs

Uitzonderlijk waren de vooruitstrevende “Gemengde Gemeentelijke Scholen” waar de beiden geslachten school mochten lopen.

Voor Meensel-Kiezegem gold de regel: Jongens in de jongensschool behorend tot het complex van het gemeentehuis. De meisjes moesten naar school in de Vrije Lagere Meisjesschool te Meensel. De rubriek ‘onderwijs’ wordt ten gepaste tijd verder uitgediept.

(Bron: Guy Hendrickx)

Situatieschets

Geografisch ligt de deelgemeente in hartje Hageland als uitloper van het testgebied Zuider-Kempen.
Grensomschrijving formuleren we als volgt:

  • noordelijk ligt O.L.Vr Tielt,
  • noord -oostelijk ligt Molenbeek
  • oostelijk ligt Wersbeek en Kapellen
  • zuid -oostelijk ligt Glabbeek -zuidelijk ligt Attenrode
  • zuid -westelijk ligt Binkom
  • westelijk ligt St Joris Winge
Sociaal-economisch kunnen we Meensel-Kiezegem omschrijven als een plattelandsgemeente met woonfunctie. Aan de hand van een situering zien we dat ons dorp omsloten ligt met drukke verkeerswegen richting Hagelandse steden:

ten Noord-Oosten de weg Leuven – Diest
ten Zuid-Oosten de weg Diest – Tienen

  • ten Zuid-Westen de verbindingsweg Aarschot – Tienen.

Meensel-Kiezegem mag terecht het hartje van het Hageland genoemd worden.

Er was een tijd… dat de voornaamste verbindingsmogelijkheid met de buitenwereld de buurtspoorweg was. Men sprak toen over de lijn Aarschot -Tienen met stoomtram: hoofdzakelijk een goederenvervoerlijn. Ten tijde dat de Belgische Buurtspoorwegen de autobuslijnen hebben ingeschakeld is ook de buurtspoorlijn Aarschot -Tienen opgebroken. Vandaag doorkruist de Lijn ons dorp met vooral facultatieve haltes. Hieruit besluiten we dat de gemeente een slecht ontsloten slaapdorp is. Het merendeel van de werknemers en forenzen maakt gebruik van persoonlijke vervoermiddelen.