Het drama van WO II

 

Onze beide dorpen hebben op het einde van de 2de wereldoorlog enkele dramatische dagen meegemaakt. Vele dorpsgenoten werden opgepakt en afgevoerd naar Duitsland, … slechts enkelen keerden weer.

Maar over deze gebeurtenissen verwijzen we graag door naar de websites van onze beide verenigingen die daar uitgebreid over berichten: www.heca1944.be en www.meensel-kiezegem44.be

De volgende artikels zijn deze die op de vroegere website van Meensel-Kiezegem stonden. Voor de volledigheid worden deze dan ook hier weergegeven.

Vliegende bommen

De geallieerden probeerden met wisselend succes deze tuigen te onderscheppen, maar daarmee was het gevaar niet geweken. Zo gebeurde het regelmatig dat een afgeweken of neergeschoten bom toch ergens op een huis neerstorte en er een grote ravage aanrichte met dodelijke afloop. Op 1 december 1944 viel er op een huis te Linkhout een vliegende bom waarbij twee dorpsgenoten het leven lieten.

Op 16 november 1944 stortte een geallieerd vliegtuig neer in Meensel, twee huizen werden verwoest en twee vrouwen verloren het leven.

Meer informatie over de V1-bommen kan je hier vinden!

Het Verhaal

 Tevens was er een groepje partizanen die door middel van sabotageacties in de streek, de bevrijding wilden bevorderen.

De problemen in Meensel-Kiezegem begonnen echter met het neerschieten van Gaston Merckx, eind juli 1944.
Wat vast staat is het volgende: Gaston Merckx werd neergeschoten op 30 juli 1944 omstreeks 15u. Het gebeurde bij de zandkuilen tussen Kiezegem en Attenrode-Wever, naar verluidt onder een dreigende onweerslucht.

Werd Merckx vermoord in opdracht … of was het een toevallige samenloop van omstandigheden ? Daarover is tot nu geen klaarheid, de dader van de aanslag is ondertussen bekend. Het zou geen dorpeling geweest zijn …

De familie van de vermoorde collaborateur zwoer wraak. Het hek was van de dam …

Vroeg in de ochtend, op dinsdag 1 augustus 1944, werd het dorp omsingeld door Duitse troepen en Gestapo. Drie dorpsgenoten werden ter plekke neergeschoten en vijftien mensen werden gearresteerd, en meegevoerd naar Leuven. De daaropvolgende dagen had de angst de dorpelingen stevig in de greep. De stemming in het dorp was bedrukt, en met reden, want het ergste moest nog komen.

Op vrijdag 11 augustus, vroeg in de morgen werd het dorp hermetisch afgegrendeld. Alle mannelijke inwoners werden voorgeleid en samengebracht op de speelplaats van de Zusterschool. De gevangenen werden hardhandig aangepakt en verdeeld in twee groepen.
Eén groep werd ’s namiddags meegevoerd naar Leuven, waar ze hun dorpsgenoten die bij de vorige razzia werden opgepakt vervoegden. In het dorp stond één hoeve in brand, de bewoner werd er levend verkoold.

Bij deze twee razzia’s stierven 4 mensen ter plekke: 3 op 1 augustus, 1 op 11 augustus. 91 mensen werden er als gijzelaar meegevoerd. Slechts 7 personen werden uit de gevangenis van Leuven terug vrijgelaten, 13 konden ontsnappen uit de spooktreinen 8 dorpsgenoeten keerden terug uit de kampen.  De 63 overigen overleden in de kampen.

Bij de bevrijding werden nog enkele personen vrijgelaten uit de gevangenis, dertien dorpsgenoten bevonden zich op de spooktrein die nooit zijn bestemming bereikte, en ontsnapten zo, aan een bijna zekere dood.

Eenenzeventig inwoners werden getransporteerd naar Neuengamme, slechts 8 daarvan keerden levend terug. Zevenenzestig dorpelingen vonden de dood in deze vergeldingsacties en opsluiting in de kampen als gevolg daarvan.

Ongeveer een jaar later werd er nog een einde gebreid aan de nachtmerrie. In de repressie die na de bevrijding volgde, werd een dorpsgenoot neergeschoten en zijn woning werd in brand gestoken.

Meer informatie over dit onderwerp kan je vinden op de websites van de Stichting Meensel-Kiezegem ’44 en www.heca1944.be

De achttiendaagse veldtocht

 

Drieënzestig dorpelingen werden als soldaat opgeroepen en diende dan ook aan het front. Eén dorpeling sneuvelde aan de Diestsepoort in Leuven, een gedenksteen aan een huis aldaar, vermeldt zijn naam en woonplaats. Van andere gesneuvelden hebben wij momenteel geen weet. Voor zover wij weten is er maar één dorpeling gesneuveld in de gevechten.

Een rustig begin … een waanzinnig einde

 

Zowel in Oradour als in Lidice werd het puin niet geruimd, het blijft er liggen als aanklacht tegen de gruwelen van een oorlog. In Meensel-Kiezegem werden de kogelinslagen weer bepleisterd. waarom werd de naam van dit dorp geen begrip zoals die van de onfortuinlijke Franse en Tsechoslowaakse lotgenoten?

In Oradour en Lidice konden ze de gruweldaden in de schoenen van de vijand schuiven, de duitsers hadden de doden op hun geweten. Daarom bewaarde men die ruïnes als een monument. Maar de doden die hier gevallen zijn, moeten op rekening worden geschreven van Vlamingen. Het waren Vlaamse collaborateurs, zwarthemden, die in 1944 het dorp binnenvielen. de zogenaamde anti-terreurgroep van Robert Verbeelen. Politieke partijen die voor amnestie pleiten, zullen zeker niet de eersten zijn om de zaak Meensel-kiezegem levendig te houden. Nu, na meer dan vijftig jaar, liggen onze doden nog altijd zwaar op de politieke magen. En daarom weten de meeste belgen wel waar Oradour en Lidice en Breendonk liggen, maar van Meensel-Kiezegem hebben ze nog nooit gehoord.

 

(tekst overgenomen uit het artikel verschenen in Humo, 1986, ‘De zaak Meensel-Kiezegem’)

Meer info over het drama van Meensel-Kiezegem kan je vinden op de websites van de Stichting Meensel-Kiezegem ’44    en    www.heca1944.be