Den Toteman

 

Vooral in de stamkroeg kreeg hij elk jaar zo rond eind november de traditionele belangstelling . De kroegbaas begon zijn trouwe tooghangers reeds aan te spreken en hen ” warm” te maken om in de aanstaande kerstperiode,vooral rond 21 december en zeker op kerstavond het gezellig te maken en… ‘meedoen voor den toteman’

Er werd dan zo talrijk mogelijk deelgenomen aan het bijhorend kaartspel. Er waren toen heel wat meer café ‘s en herbergen zodat de cafébazen heel wat moeite moesten doen om zoveel mogelijk “totemannen ” over de vloer te krijgen. Elke kaartspeler (ook voor één keer toteman genoemd) kon bij het einde van het spel zijn “toteman”als prijs overhandigd krijgen,in grootte naargelang de gewonnen slagen in hetkaartspel.

De “toteman ” was een soort gebak dat veel weg heeft van een ingebusseld kerstekind :het heeft de vorm van een romp met aan de top een verbrede verdikking als hoofd en aan de overzijde een verhoogde verdikking als voetjes.

De verhoogde verdikking kreeg het uitzicht van een hoofd dankzij versieringen aangebracht door middel van krenten,noten,gedroogde vruchten.
Het was vooral de cafébazin die hier rijkelijk haar fantasie kon laten gaan bij het voorafgaand bakken.
Hoe beter de reputatie van het café ,hoe beter de “totemannen” in hun glorie aangeboden werden.

De aangehaalde broodvorm met twee vervormde uiteinden bestond reeds in de voor-christelijke tijd toen brood in vorm van dier of kind als offer naar de goden ging .Zulke offer werden opgedragen bij de seizoenwissels (hier 21 december).
Bij de christianisering ging de gelijkenis over in de vorm van een ingebusseld kerstekind .

De formaten van de “toteman” gaan van honderd gram tot twee kilogram .
De “toteman” wordt gemaakt als koekebrood van rijk deeg met krenten en noten .
In de 17 de eeuw bestond er een traditie dat peters en meters een toteman als kerstgeschenk of nieuwjaarscadeau aan de kinderen gaven,versierd met geldstukken.
In de middeleeuwen kreeg elke “meerdere” traditioneel een toteman cadeau :bv de pastoors kregen het van de parochieanen

De toteman van toen….was wellicht de aanloop tot ,en doet ons denken aan
*het gebruik van kerst en nieuwjaarscadeautjes geven
*het nieuwjaargeld van peter en meter
*de verre voorloper van de huidige kersttronkgebakjes
*het gezellige en rijkelijke kerstdiner

Betekenisvolle uitspraken :
over een wispelturig man zegt men ” ‘t is ‘n toteman “
iemand met “veel” gezichten is een totentrekker
iemand op zijne toot geven… is iemand een vuistslag geven

Wie de totemannen bakte zorgde met de krapseling van de moule(?) voor de kwak
De kwak was de laatste prijs in het aangehaalde kaartspel, uiteraard de minst begeerde.
De kwak was als ‘t ware een misbaksel van een “toteman”.
De kwak was de sukkel , de sul ,de bef van de historie.

Een kwak is een restje drank of eten.

De ‘nekkers’

Temeer daar men deze vrij vlug in verband brengt met de “dwaallichten”.
(In boeken van Ernest Claes is er ook sprake van dwaallichten in de Zichemse beemden)
De dwaallichten werden uitgezet door de nekkers om de mensen te doen verdwalen, de weg te den verliezen, op de sukkel te raken en in paniekerige toestanden terecht te komen.
De meest griezelige verhalen werden opgedist door de grappenmakers. Het kwam er op aan de mensen die licht gelovig waren schrik aan te jagen en ze een paar slapeloze nachten te bezorgen.

Hoe de vork aan de steel zat ?
In vochtige beemden, moerassige landen en langs beekgrachten kon men bij ideale omstandigheden wel eens een soort van glimwormpjes ontdekken.
Wie zich hiertoe aangetrokken voelde en de aandacht op smalle paadjes en oversteekplaatsen aldus mistte, maakte onvermijdelijk grote kans in het snelstromende water van de neckerspoelbeek terecht te komen en er met de nodige moeilijkheden trachten uit te komen.
De vochtige omgeving van deze laag-gelegen beemden maakten dat het er meestal mistig aan toe ging en dat er tijdens vriesperiodes erg berijmde bomen en heesters akelige spookgedaanten aannamen in de maan-beschenen winterlucht. Ideale omstandigheden voor op hol geslagen fantasiën.